Nieuws

Dertien jaar na instorting Rana Plaza roepen actievoerders op tot aanscherping van cruciale veiligheidsovereenkomst


Vrijdag 24 april is het dertien jaar geleden dat het Rana Plaza gebouw, waarin vijf kledingfabrieken waren gevestigd, in Bangladesh instortte. Bij deze catastrofe, die geheel voorkomen had kunnen worden, kwamen minstens 1138 mensen om het leven en raakten meer dan 2000 mensen gewond. Het wereldwijde netwerk van Schone Kleren Campagne staat steeds in solidariteit met alle getroffenen van deze gruwelijke tragedie en dringt er bij grote kledingmerken op aan lering te trekken uit deze tragedie en ervoor te zorgen dat al hun werknemers veilig zijn.

Schone Kleren Campagne verwacht van:

  • bedrijven als Decathlon, Ikea, Wrangler en Mayoral dat zij kledingarbeiders in hun keten beschermen door de bindende Internationale Veiligheidsakkoord te ondertekenen die kort na de Rana Plaza-ramp werd opgesteld;
  • bedrijven die het Akkoord al ondertekend hebben dat zij zorgen voor (a) uitbreiding van het programma om meer arbeiders te beschermen, (b) klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s op te nemen in het mandaat van het Akkoord, en (c) zorgen dat alle onderdelen van het Akkoord-programma vrij zijn van inmenging van werkgevers;
  • Hugo Boss en LPP, twee merken die tot voor kort deelnamen aan het Pakistan-Akkoord, dat zij zich opnieuw committeren aan het beschermen van Pakistaanse kledingarbeiders in hun productieketen;
  • de regering van Bangladesh dat zij de aanbevelingen van de Labour Reform Committee uitvoert.

Acties om merken verantwoordelijk te houden

Leden van het Schone Kleren Campagne-netwerk organiseren deze week in verschillende landen actie – waaronder in België, Spanje, Bangladesh, Polen en het Verenigd Koninkrijk – om grote kledingmerken als Decathlon, Ikea, Wrangler en Mayoral op te roepen zich alsnog te committeren aan het Akkoord.

De acties zijn ook gericht tegen Hugo Boss en de Poolse retailer LPP (Reserved, Mohito, House, Cropp en Sinsay), die eerder dit jaar weigerden hun toezegging aan het veiligheidsprogramma in Pakistan te verlengen. Zoals uit openbaar beschikbare inspectierapporten blijkt, zijn er levensbedreigende risico’s vastgesteld bij de Pakistaanse leveranciers van Hugo Boss en LPP, echter beide kledingmerken weigeren deze risico’s te beperken en te verhelpen via dit vertrouwde en beproefde programma.

Het Internationale Veiligheidsakkoord is ondertekend door meer dan 290 merken en is van toepassing op ruim 2800 fabrieken. Hoewel het programma enorme verbeteringen heeft opgeleverd voor de veiligheid van arbeiders, is het werk nog niet voltooid. Op dit moment moet 46% van de fabrieken in Bangladesh de noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan hun brandalarm- en detectiesystemen nog voltooien, en moet 27% van de fabrieken nog herstelwerkzaamheden uitvoeren om ervoor te zorgen dat alle werknemers de fabriek veilig kunnen verlaten in geval van nood. Veiligheid is ook een continu proces en vereist voortdurende controle door getrainde en onafhankelijke inspecteurs om risico’s te identificeren. Aangezien het Bangladesh-programma van het Akkoord aan het einde van dit jaar moet worden verlengd, is dit bovendien een cruciaal moment om ervoor te zorgen dat het aan zoveel mogelijk arbeiders bescherming zal bieden.

Een bredere dekking om meer levens te redden

Het Bangladesh-programma van het Akkoord is momenteel beperkt tot de productielocaties waar de laatste fase van de kledingproductie plaatsvindt. Dit betekent dat arbeiders die betrokken zijn bij de productie van stoffen, of die werken in was-, en verfproductie en in spinnerijen, evenals werknemers in de huishoudtextiel- en accessoiresindustrie, nog niet beschermd zijn.1 Het feit dat deze werknemers nog steeds risico lopen, blijkt uit de branden en boiler-ontploffingen in dergelijke faciliteiten die hebben plaatsgevonden sinds de oprichting van het Akkoord.

Recent onderzoek door de organisaties FAIR Italy en het Bangladesh Center for Worker Solidarity (BCWS) naar zogenaamde ‘groene fabrieken’ onderstreept eveneens de noodzaak dat het Akkoord hitte en andere klimaatgerelateerde gezondheids- en veiligheidsrisico’s expliciet opneemt in de inspecties en de voorgeschreven herstelmaatregelen. “Ik heb de directe impact van hittestress op jonge vrouwelijke werknemers gezien en wat het met hun lichaam en gezondheid doet. Elke dag moeten ze werken zonder voldoende pauzes of zelfs maar drinkwater”, zegt Kalpona Akter van BCWS. Het beschermen van werknemers tegen hittestress is ook een belangrijke veiligheidskwestie die wordt benadrukt in het manifest van SKC over een rechtvaardige transitie in de kledingindustrie, dat volgende week officieel wordt gelanceerd.

Bovendien blijft het van cruciaal belang dat de bij het Accord aangesloten merken ervoor zorgen dat er geen werkgeversinmenging plaatsvindt in enig onderdeel van de activiteiten van het Accord – van de inspecties tot de trainingen en het klachtenmechanisme. Dit is ook opgenomen in het memo dat vorig jaar mede door Clean Clothes Campaign werd gepubliceerd. “Voor de voortzetting van de Bangladesh-overeenkomst is het van cruciaal belang dat werknemers en hun organisaties veilig klachten kunnen indienen over alle kwesties, in de wetenschap dat beslissingen onafhankelijk worden genomen“, aldus Rashadul Alum Raju, algemeen secretaris van de Bangladesh Independent Garment Union Federation (BIGUF).

“Alle 290 merken en retailers die het Accord hebben ondertekend, hebben samen met de ondertekenende vakbonden inspraak in de uitvoering van het programma. Zij moeten erop aandringen dat dit succesvolle programma nog meer werknemers beschermt door het uit te breiden naar andere faciliteiten waar kleding wordt verwerkt, en om hun werknemers te beschermen tegen hittestress, evenals ervoor te zorgen dat de activiteiten van het Accord vrij zijn van inmenging door werkgevers” zegt Ineke Zeldenrust van het internationale kantoor van Clean Clothes Campaign.

Acties in Bangladesh

Op 24 april zullen de vakbondspartners van Schone Kleren Campagne in Bangladesh de slachtoffers herdenken die bij het instorten van het Rana Plaza gebouw omkwamen of gewond raakten. Ze spreken hun steun uit voor hogere compensatie voor de getroffenen en nabestaanden. Tevens roepen zij de nieuw gekozen regering van Bangladesh op om de aanbevelingen van de Labour Reform Committee uit te voeren, die werd ingesteld nadat een studentenopstand de regering-Hasina ten val bracht. Zij leggen daarbij de nadruk op de aanbevelingen met betrekking tot lonen, vakbondsvorming en het recht op collectieve onderhandelingen, alsmede op eerlijke arbeidsrechtbanken en een rechtvaardig rechtssysteem.

1 De enige uitzondering vormen vestigingen die zich op hetzelfde terrein bevinden als een fabriek voor de laatste fasen van de kledingproductie (Cut-Make-Trim), evenals fabrieken voor huishoudtextiel en accessoires die vrijwillig door de ondertekenaars zijn opgegeven.

To top
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.