De ramp van het ineenstorten van de kledingfabriek in het Rana-Plaza-complex in Bangladesh in 2013, waarbij meer dan 1100 kledingarbeidsters om het leven kwamen, had tenminste één positief effect: iedereen in de wereld begreep dat problemen in de kledingindustrie te lang waren genegeerd. Er moest nu toch echt iets gebeuren. De bereidheid van kledingmerken om echt wat te doen was zeldzaam groot, en er kwam een baanbrekende overeenkomst uit voor brandveiligheid en veiligheid op de werkvloer: het Bangladesh Fire and Building Safety Accord.

Sinds zijn inwerkingtreding later dat jaar heeft het Akkoord bijzonder veel kunnen betekenen voor de veiligheid van kledingarbeidsters en -arbeiders in Bangladesh. Ook wordt het Akkoord gezien als een model voor vergelijkbare, juridisch-afdwingbare afspraken over veiligheid in fabrieken elders in de wereld.

Helaas verkeert het Akkoord sinds 2018 in zwaar weer (zie Memorandum of Understanding voor het Bangladesh-Akkoord levert veel vragen op’). Onder druk van fabriekseigenaren en de regering van Bangladesh bepaalde uiteindelijk het hooggerechtshof in Dhaka dat de lokale operaties van het Akkoord moesten worden omgevormd en overgedragen aan een nieuwe uitvoeringsinstantie, de Ready-Made Garments Sustainability Council (RSC). De overdracht vond plaats in juni van dit jaar.

150 dagen na dato uiten Schone Kleren Campagne en andere “getuigen” (‘witness signatories’) van het Akkoord hun zorgen over hoe de RSC tot nu toe heeft gefunctioneerd. In een publieke brief hebben zij een aantal criteria geformuleerd op basis waarvan kan worden beoordeeld of de RSC haar verantwoordelijkheid serieus neemt. Zij waarschuwen dat de veiligheid van kledingarbeiders in Bangladesh ernstig in het geding is.

Lees hier het volledige advies (in het Engels).

De internationale Clean Clothes Campaign publiceerde vandaag een korte video over het belang van het Akkoord.

Gerelateerd nieuws