Het Convenant Duurzame Kleding en Textiel (CKT) werd drie jaar geleden ondertekend. In het derde jaar moeten de bedrijven die deelnemen aan het convenant rapporteren over de risico’s (Due Diligence) in hun keten en hoe zij deze aanpakken. Een goede ontwikkeling, maar waar kan je als kritische consument op letten als je de rapportage van je favoriete merk leest? Wordt er wel op de juiste manier gerapporteerd? Wat moet er in zo’n rapportage staan en waar kan je als consument op letten bij het lezen van de rapportage van je favoriete merk?

 

Wat is Due Diligence?
Due diligence is de inspanning die van bedrijven wordt gevraagd om betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen tegen te gaan. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) heeft hiervoor richtlijnen opgesteld. De uitvoering van due diligence is een continu proces, waarbij bedrijven proactief hun huidige en potentiële maatschappelijke risico’s identificeren, voorkómen en verminderen, en daarover verantwoording afleggen. De rapportages die vanaf 4 juli openbaar moeten zijn, zijn echter vormvrij; kledingmerken bepalen zelf hoe ze de informatie presenteren. Dit betekent dat het voor organisaties als Schone Kleren Campagne (SKC) een enorme klus gaat zijn de komende maanden te beoordelen in hoeverre deze rapportages daadwerkelijk voldoen aan de OESO richtlijnen en of alle risico’s wel juist worden geïdentificeerd en aangepakt. Hieronder een aantal punten waar SKC zoal op zal gaan letten bij het lezen van de rapportages en waar consumenten ook op kunnen letten:

 

Wat moet er in de rapportages aan bod komen?
Een eerste stap op weg naar een juist Due diligence proces is transparantie; het openbaar maken van de exacte productielocaties (onder andere adressen van de fabrieken). Slechts 13 van de 69 bij het convenant aangesloten bedrijven publiceren de productielocaties openbaar op hun website. Als productielocaties niet openbaar zijn, is de informatie over de risico’s die er spelen in deze fabrieken niet door Schone Kleren Campagne verifieerbaar. SKC kan dan ook niet bij het kledingbedrijf aankloppen op het moment dat partnerorganisaties problemen constateren in een fabriek.

 

Naast transparantie over de productielocaties is het van belang dat bedrijven lokale stakeholders (lokale vakbonden en maatschappelijke organisaties) hebben geconsulteerd gedurende het due diligence proces. Vaak verlaten bedrijven zich op ‘audits’ als het gaat om het vergaren van informatie over de risico’s in de fabrieken. Audits zijn vaak aangekondigde moment opnamen uitgevoerd door derden. Fabriekseigenaren weten dan wanneer er een audit gaat plaatsvinden. Zij kunnen dan een dag van te voren bijvoorbeeld die enorme stapel dozen voor de nooduitgang weghalen. Daarbij kunnen kledingarbeidsters niet vrijuit spreken (over bijvoorbeeld seksuele intimidatie op de werkvloer of het gebrek aan veiligheidsmaatregelen) op het moment dat ze tijdens een audit in een fabriek worden geïnterviewd. Interviews met arbeidsters zouden altijd in een veilige omgeving buiten de fabriek moeten plaatsvinden.

 

Leefbaar loon is een ander essentieel punt voor SKC. Rapporteert het bedrijf over de aanpak die het hanteert met betrekking tot het realiseren van een leefbaar loon?; Zijn er concrete doelstellingen geformuleerd? Heeft het bedrijf bijvoorbeeld in kaart gebracht wat het huidige loonniveau is bij zijn toeleveranciers in de verschillende productielanden en wat het gat is met een leefbaar loon? Hebben ze gekozen voor een leefbaar loon benchmark?

 

Een ander belangrijk punt voor SKC is hoe kledingmerken rapporteren over de aanpak die het hanteert om vakbondsvrijheid te stimuleren. Is het bedrijf bekend met de lokale problematiek rondom vakbondsvrijheid (zoals lange ingewikkelde registratieprocessen van nieuwe vakbonden, ontslag en intimidatie van vakbondsleiders). Rapporteert het bedrijf over het aantal fabrieken waar wel/niet een onafhankelijke vakbond actief is?

 

Onvolledige rapportages
Een snelle blik op de reeds gepubliceerde rapportages leert ons dat geen van deze rapportages op bovengenoemde onderwerpen volledig is. Er wordt bijvoorbeeld niet over vakbondsvrijheid gerapporteerd terwijl een bedrijf wel in Bangladesh of China produceert (waar vakbondsvrijheid een groot probleem vormt). Het zich verlaten op audits en het gebrek aan lokale stakeholder consultatie komt duidelijk naar voren en het blijft onduidelijk welke concrete stappen bedrijven zetten om een leefbaar loon te realiseren. Maar het is dan ook de eerste rapportage, genoeg ruimte voor het in de toekomst voorkomen van en aanpakken van geconstateerde risico’s en het verbeteren van de rapportages. We hopen dat meer kledingmerken aankomend jaar hun productielocaties openbaar gaan maken op hun website en in de volgende rapportages te lezen dat het aanpakken van de risico’s ook daadwerkelijk voor verbeteringen op de werkvloer voor kledingarbeidsters hebben gezorgd.