Tijdens het Fair, Green & Global Europese Verkiezingsdebat van zondag 12 mei, hebben de deelnemende kandidaat-Europarlementariërs stevige toezeggingen gedaan om zich in te zetten voor een bindend VN-mensenrechtenverdrag voor bedrijven het terugtrekken van Europese investeringen uit de fossiele industrie en grootschalig te investeren in duurzame alternatieven.

Het debat werd georganiseerd door de Fair, Green & Global Alliantie (ActionAid, Both ENDS, Schone Kleren Campagne, Milieudefensie, SOMO en TNI) in samenwerking met Handel Anders en Tax Justice, en geleid door moderator Dionne Abdoelhafiezkhan. Kandidaten Anja Hazekamp (PvdD), Arnout Hoekstra (SP), Bas Eickhout (GroenLinks), Paul Tang (PvdA), Reinier van Lanschot (Volt) en Sophie in ’t Veld (D66) gingen met elkaar de discussie aan over de onderwerpen bedrijven & mensenrechten, klimaatbeleid, belastingontwijking en handel & voedsel.

Unaniem: er moet een bindend VN-mensenrechtenverdrag komen
Moet er een bindend VN-verdrag komen om bedrijven te dwingen overal ter wereld mensenrechten na te leven? Dat is de eerste vraag waarover de zes politici zich uitspreken. De stelling wordt ingeleid door activiste Kalpona Akter, die vanaf haar 12e onder erbarmelijke omstandigheden in een Bengaalse kledingfabriek werkte. Inmiddels, vele jaren later, is ze oprichter en directeur van het Bangladesh Centre for Worker Solidarity, een non-gouvernementele organisatie die opkomt voor arbeiders en hun rechten. Kalpona roept onze politici op om bedrijven verantwoordelijk te houden wanneer ze mensenrechten schenden. De afspraken die er nu liggen, zijn niet wettelijk maar vrijwillig geregeld en bovendien weinig transparant, wat betekent dat bedrijven nu makkelijk wegkomen met het schenden van mensenrechten. Daarom pleit Kalpona er samen met de FGG Alliantie voor dat afspraken over mensenrechten bindend moeten zijn en moeten worden vastgelegd in (handels)verdragen die de EU met andere landen sluit.

D66, Groenlinks, PvdA, PvdD, SP en Volt zeggen alle zes toe zich te zullen gaan inzetten voor een bindend VN verdrag om misstanden bij bedrijven aan te pakken, omdat, in de woorden van Anja Hazekamp, “mensenrechten altijd belangrijker zijn dan handelsbelangen.” Maar er is meer nodig, aldus Anja Hazekamp en Paul Tang: om het naleven van mensenrechten, en specifiek vrouwen- en werknemersrechten, af te dwingen, is het essentieel om dit als voorwaarde in handelsverdragen op te nemen. Met andere woorden: zij stellen dat de EU pas een handelsverdrag mag afsluiten wanneer mensenrechten gewaarborgd zijn. Volgens Sophie in ’t Veld werkt dat niet: pas een handelsverdrag aangaan als de mensenrechtenstandaarden zo hoog zijn als wij voor ogen hebben, betekent dat we voorlopig geen nieuwe handelsverdragen zullen sluiten. In ’t Veld pleit voor een andere volgorde: ga eerst een relatie aan -middels een handelsverdrag- en werk dan samen toe naar een situatie waarin mensenrechten en milieu gerespecteerd worden. Via internationale betrekkingen kan dan de wetgeving in landen waar mensenrechten worden geschonden ook worden verbeterd. Volgens Hazekamp is dat nu precies wat er niet gebeurt, omdat mensenrechten en bescherming van het klimaat het uiteindelijk altijd verliezen van financiële prikkels. Handelsverdragen sluiten met landen die mensenrechten niet naleven kan de EU zich daarom in het belang van mens en milieu niet permitteren.

Bovendien, stelt Bas Eickhout, moeten afspraken over mensenrechten en milieu per definitie bindend zijn, en wel voor de gehele productieketen, zoals inmiddels voor een aantal conflictmineralen het geval is. Eickhout wil Europese bedrijven kunnen dwingen om verantwoordelijkheid te nemen voor hun hele toeleveringsketen.

Geïnteresseerd in het gehele verslag lees dan hier verder.