Veilig kunnen werken zou een basisrecht moeten zijn, maar voor miljoenen kledingarbeiders is het dat nog steeds niet. Toen in 2013 het Rana Plaza-gebouw in Bangladesh instortte en meer dan 1100 kledingarbeiders omkwamen, werd pijnlijk zichtbaar hoe gevaarlijk veel kledingfabrieken zijn. Instabiele gebouwen, geblokkeerde nooduitgangen, gebrek aan brandblussers en structureel een te hoge werkdruk: het zijn geen incidenten, maar de kern van een systeem waarin winst maken belangrijker is dan mensenlevens. Niemand zou moeten sterven voor onze mode!
Na de Rana Plaza-ramp was het niet meer mogelijk om weg te kijken. Consumenten, vakbonden en maatschappelijke organisaties zoals wij eisten dat merken verantwoordelijkheid namen voor de omstandigheden in hun toeleveringsketens. Als gevolg daarvan zetten meer dan 200 kledingmerken hun handtekening onder het Accord on Fire and Building Safetyin Bangladesh, dat merken verplichtte tot onafhankelijke inspecties, openheid over de resultaten daarvan, en echte verbeterplannen voor de fabrieken.
Van nationaal naar internationaal akkoord
Het Bangladesh-akkoord zorgde voor duizenden inspecties in fabrieken: nooduitgangen werden vrijgemaakt en brandveiligheid werd serieus genomen. Belangrijk was dat arbeiders konden klagen over onveilige situaties in de fabriek zonder direct hun baan te riskeren. Dit model was effectief – en vormde de basis voor een volgende stap: het Internationaal Akkoord voor Gezondheid en Veiligheid in de Textiel- en Kledingindustrie (in het kort: het Internationaal Akkoord).
In 2022 nam het Internationaal Akkoord een belangrijke stap door het eerste uitbreidingsland aan te kondigen: Pakistan. Het Akkoord heeft een paar belangrijke punten: merken hebben écht juridische verplichtingen, er worden onafhankelijke inspecties uitgevoerd, vakbonden zijn betrokken en er is een klachtenmechanisme voor arbeiders. Daarmee is het één van de sterkste middelen om structurele verbeteringen in de fabrieksveiligheid af te dwingen.
Hoe staat het er nu voor?
Door het Internationaal Akkoord zijn veel fabrieken veiliger geworden en is de kans op een nieuwe ramp zoals Rana Plaza kleiner. Maar we zijn er nog lang niet. Veel kledingmerken doen nog niet mee, en veel productielanden vallen nog buiten het Internationaal Akkoord. Ook willen we ervoor zorgen dat niet alleen de kledingfabrieken, maar ook faciliteiten waar de textiel gesponnen, gewassen en geverfd wordt in alle landen onder het Akkoord vallen.
Wat moet er nog gebeuren?
Echte veiligheid op de werkvloer gaat verder dan alleen zorgen dat een gebouw niet instort. Het betekent dat arbeiders zonder angst problemen kunnen melden, dat vakbonden hun werk kunnen doen en dat merken langdurig samenwerken met fabrieken die investeren in veiligheid en arbeidsrechten. Daarvoor zijn meer deelnemende merken nodig, uitbreiding van het Internationaal Akkoord naar meer landen en inclusie van alle schakels in de kledingketen in het Internationaal Akkoord.
Ook jij kunt hierbij helpen. Door merken aan te spreken op hun deelname aan het Internationaal Akkoord, door te vragen naar fabrieksveiligheid en door organisaties te steunen die opkomen voor kledingarbeiders, vergroot je de druk op bedrijven om échte verantwoordelijkheid te nemen.
Benieuwd welke merken het Internationaal Akkoord hebben getekend? Check het hier. Meehelpen zodat we merken kunnen blijven pushen om het Internationaal Akkoord te ondertekenen? Maak ons werk mogelijk met een gift.