Campagne

Kleren

Schone

Uitgangspunten

Basisrechten
Alle arbeiders – ongeacht geslacht, leeftijd, land van herkomst, wettelijke status, arbeidsstatus of locatie, of enige andere grond – hebben recht op een goede en veilige werkplek, waar hun basisrechten worden gerespecteerd: het recht om zich te organiseren, samen te onderhandelen en een leefbaar loon te verdienen, dat ze in staat stelt een menselijk bestaan te leiden.

De minimumnormen die op deze rechten betrekking hebben, zijn afgeleid van ILO-conventies, de ILO Declaration on Fundamental Principles and Rights at Work uit 1998, en artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Ze zijn opgenomen in de modelgedragscode voor arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie van de Schone Kleren Campagne. Deze normen gelden voor alle arbeiders, zelfs als zij of hun werkplekken niet officieel als zodanig worden erkend.
Arbeiders hebben het recht om te weten wat hun rechten zijn (zowel onder nationale en internationale wetten en overeenkomsten, als onder vrijwillige initiatieven en overeenkomsten). Ze hebben recht op voorlichting over, en training in het uitoefenen van deze rechten.

Recht op informatie
Het publiek heeft het recht te weten waar en hoe haar kleding is gemaakt.

Recht op organisatie
Arbeiders kunnen en moeten het initiatief nemen zichzelf te organiseren en om hun eigen positie te verbeteren.

Kledingarbeiders centraal
Arbeiders kunnen zelf hun behoeftes het beste inschatten – net zoals de risico’s die ze nemen wanneer ze hun rechten opeisen. Publiekscampagnes en andere initiatieven gericht op schending van arbeidersrechten en strategieën om deze kwesties op te lossen behoren in overleg met de arbeiders of hun vertegenwoordigers tot stand te komen.
Door zelf actie te ondernemen heeft het publiek de mogelijkheid ervoor te zorgen dat de rechten van arbeiders gerespecteerd worden. De Schone Kleren Campagne is echter over het algemeen geen voorstander van het gebruik van boycots als actiemiddel.

Gender
Om te zorgen dat arbeiders hun rechten kunnen uitoefenen – nu en in de toekomst – is het essentieel dat gender-issues, die vaak de oorzaak zijn van rechtsschendingen of hiermee te maken hebben, worden aangepakt.

Bindende wet- en regelgeving
Nationale overheden en internationale autoriteiten hebben de plicht wetten over arbeidsomstandigheden te maken en eventuele schendingen te bestraffen. Er moeten bindende wetten zijn die voldoen aan de normen zoals die zijn vastgelegd in de ILO-conventies. Ook moeten deze overheden en autoriteiten zelf een ethisch inkoopbeleid implementeren.

Opschonen productieketen
De kledingindustrie (fabriekseigenaren, vertegenwoordigers, productiebedrijven, kledingmerken, retailers en anderen) heeft de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat goede arbeidsomstandigheden de norm zijn op alle niveaus van de industrie. Gelet op de huidige structuur van de industrie, moeten kledingmerken en retailers hun machtspositie aanwenden om zorg te dragen voor goede arbeidsomstandigheden.
Kledingmerken en retailers zouden een gedragscode over arbeidsomstandigheden moeten adopteren die de bepalingen van de modelgedragscode voor arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie volgt, deze standaarden implementeren in de gehele kledingproductieketen (ook bij toeleveranciers), en deelnemen in betrouwbare, transparante en participatieve multi-stakeholder verificatie-initiatieven om zo activiteiten gericht op de implementatie van de code te ontwikkelen, te sturen en te overzien. Kledingmerken en retailers behoren de sociale dialoog met vakbonden op te zoeken en internationale kaderovereenkomsten te tekenen die zo’n dialoog vergemakkelijken.
Het is belangrijk dat bedrijven transparant zijn over de omstandigheden binnen en over de structuur van hun toeleveringsketen en over hun acties gericht op naleving van goede arbeidsnormen.

Samenwerking
Vakbonden en NGO’s moeten nationaal, regionaal en internationaal samenwerken om de omstandigheden in de kledingindustrie en de positie van arbeiders te verbeteren, zonder over te gaan tot protectionisme. Zo’n samenwerking behoort gebaseerd te zijn op wederzijds respect voor elkaars verschillende rollen en methodes, open en actieve communicatie, een participatieve methode om tot overeenstemming te komen en opbouwende kritiek.